Alcohol zoals dat in de volksmond wordt gebruikt slaat vaak op alcoholische dranken. Dat zijn dranken die en bepaald percentage aan alcohol (officieel ethanol) bevatten.
Alcohol ontstaat door gisting van bijvoorbeeld gerst of wijn. Bevat een mengsel ongeveer 15% alcohol dan stopt het gistingsproces (zwak alcoholische dranken).
Doormiddel van verhitten en weer afkoelen kan men hogere alcoholpercentages bereiken (distilleren). Dranken zoals wodka, jenever en gin noemt men dan ook wel gedistilleerd.
Alcohol komt via de mond en de maag terecht in de darmen. Aldaar komt het in je bloedbaan terecht. Na ongeveer 10 minuten bereikt de alcohol dan je hersenen. Vanaf dat moment ben je onder invloed. Dit merk je in het begin door een wat lichter gevoel in je hoofd. Ook zie je dat veel mensen na wat glazen alcohol makkelijker beginnen te praten en vrolijker worden.
Bij welke alcoholinname effecten optreden hangt af van verschillende factoren. Vrouwen zijn gevoeliger voor alcohol dan mannen, en wie geen alcohol gewend is, is gevoeliger dan een alcoholist. Onderstaande schaal is dus slechts een benadering.
- 1 glas: “Warm” gevoel, eerste merkbare verandering in gedrag;
- 2 glazen: Het maximum waarbij iemand nog zonder strafbaar te zijn kan varen of autorijden (Let op: voor beginnende bestuurders is dit ¾ glas;
- 3-4 glazen: Sterkere gedragsverandering;
- 4-9 glazen: “Aangeschoten” Remmingen verdwijnen meer en meer. Men praat gemakkelijker, maar concentratie en motoriek verdwijnen;
- 10-14 glazen: Dronkenschap. Lallen, waggelen, sterk verminderd reactievermogen, sterke ontremming, misselijkheid, braken;
- 15-20 glazen: zeer dronken: grensloos, onbewust van eigen acties, risico op verhoogde agressiviteit. “Black-outs” kunnen voorkomen waardoor men later zich niets meer herinnert;
- 20 glazen en meer: Sufheid, in slaap vallen. Risico van ademstilstand, coma, hartstilstand.
bron: wikipedia